Tips voor de recreatievaart

  1. Goed voorbereid op reis. Zorg aan boord voor actuele vaarkaarten van de wateren die u gaat bevaren. Blijf op de hoogte van de weersverwachtingen en vaar niet bij slecht zicht of in het donker als het niet nodig is. Zorg dat bij slecht weer alles zeevast staat.

  2. Dode hoek beroepsvaart. Beroepsschippers kunnen u soms niet zien door de dode hoek voor hun schip. Die kan maar liefst 350 meter zijn. Ofwel, drie voetbalvelden achter elkaar! Pas uw koers en snelheid zo aan dat u buiten de dode hoek blijft. Als u de stuurhut van het schip kunt zien, kan de schipper u ook zien!

  3. Duidelijke koers. Laat met uw koers duidelijk zien wat u van plan bent. Steek het vaarwater of de vaargeul zo snel mogelijk over. Dat doet u door zo veel mogelijk in een rechtelijn van de ene naar de andere kant te varen.

  4. Regels blauwe bord. Wanneer een schip een blauw bord met wit flikkerlicht voert, passeer dan bij voorkeur aan de zijde van het blauwe bord. Uiteraard als de verkeerssituatie zich daarvoor leent. Denk vooruit zodat u snel kunt reageren. Op www.varendoejesamen.nl is een speciale folder over het blauwe bord te vinden.
  5. Vaart minderen. Zorg dat andere schepen geen last hebben van uw hek- en boeggolven. Minder vaart om een groot schip sneller te laten passeren.

  6. Marifoon. Als u een marifoon heeft, bent u verplicht om die uit te luisteren. Vaar daarom met de marifoon aan (kanaal 10) en gebruik deze om gevaarlijke situaties te voorkomen. In marifoonblokgebieden, zoals bij verkeersposten, sluizen en bruggen, gelden de aangewezen marifoonkanalen.

  7. Attentiesein bij gevaar. Wijs andere schepen op gevaar door een lange stoot op de hoorn te geven.

  8. Geef beroepsvaart de ruimte. Vaar zoveel mogelijk langs de stuurboordwal en blijf uit de buurt van de beroepsvaart. Geef beroepsvaart vooral de ruimte bij bochten en havens!

  9. Zien en gezien worden. Wees altijd goed zichtbaar en zorg dat u vrij om u heen kunt kijken en de geluidssignalen van andere vaartuigen goed kunt horen.

  10. Vlot en veilig in de sluis. Zorg dat u in een sluis aan bakboord en stuurboord kunt afmeren. Plaats stootkussens en voldoende landvasten aan weerszijden van uw vaartuig, voordat u een sluis in vaart. Sluit goed aan en leg aan bij een trap, als dat kan.